Pré-roman De jonge toonkunstenaar

Bonn, donderdag 15 april 1784

Ludwig houdt zijn broertjes met zijn beide handen goed vast, want het water komt nu snel. Moeder en Vader komen achter hem aan en roepen ombeurten dingen naar hem als: ‘Ludwig, Caspar is zijn schoentje verloren’ en ‘Ludwig, gaat het nog wel?’. Het is nog een heel eind naar hun veilige, droge huis. Vanmorgen leek er nog niet veel aan de hand. Hij hoorde het nieuws van de dood van de Keurvorst van Vader en het schokte hem. Net nu hij misschien binnenkort eindelijk betaald zou worden, gooide de dood van de grote baas roet in het eten. ‘Caspar, hou me goed vast, je mag niet vallen’. Het kleine jongetje zwoegt tegen de heuvel op alsof zijn leven er van afhangt.

Dan plotseling klinkt er een harde schreeuw. Die komt van de kleine Nicolaus. Op de een of andere manier heeft hij de hand van zijn grote broer niet meer vast en duikelt hij achterover het wassende water in. Maria ziet het gebeuren, maar ze kan het kleine kind niet meer vangen. Het gaat kopje onder en is binnen de kortste keren nergens meer te zien.

In de winter van 1784 overstroomt Bonn door smeltwater uit de Rijn. Het was die winter extreem koud geweest.

Steeds een stukje verder lezen? Ga naar het Facebook account Bert Over Beethoven:

https://www.facebook.com/bertoverbeethoven

Of kom hier zo af en toe even verder lezen.

Op 17 december de feestelijke presentatie van de roman Beethoven, de eenzame toonkunstenaar, dat verder gaat waar deze pré-roman te zijner tijd eindigt.